Zelf aan de slag – Huis te koop – Linda Vogelesang


Gedichten gaan soms over nare gebeurtenis.
Iedereen maakt weleens iets vervelend mee.
Misschien was je toen verdrietig, eenzaam, boos of bang?

Het kan fijn zijn om daar een gedicht over te schrijven.
In een gedicht mag je het gevoel best een beetje overdrijven.
Misschien wordt jouw gedicht heel mooi.
En misschien ga je daardoor zelfs op een andere manier aan die nare gebeurtenis terugdenken.

Probeer het maar eens.

Opdracht 1 Wat gebeurde er
Wat heb je meegemaakt wat niet zo leuk was?
Schrijf het in een paar zinnen op.

Opdracht 2 Gevoel
Wat voelde je toen?
Schrijf dat op.
Je mag best overdrijven.
Voelde je iets op een bepaalde plek in je lichaam?
Hoe voelde dat?
Misschien kun je het gevoel ergens mee vergelijken?
Wat dacht je op dat moment?
Was er iets wat je zou willen doen?

Opdracht 3 Schrijf een gedicht
Gebruik de dingen die je net hebt opgeschreven om een gedicht te maken.
Probeer mooie woorden te gebruiken.
Deel de tekst op in korte zinnen.
Rijmen is niet nodig.

Opdracht 4 Schrijf een gedicht
Lees je gedicht hardop voor.
Klinkt het zielig? Of juist heel boos?
Of nog iets anders?