Oplossing
Het ontbrekende woord is bloemen.
Dat is ook het vaakst geraden.
Paardenbloemen of bloempjes was bijna goed.
Onder het gedicht reageert dichter Merlijn Huntjens uitgebreid op jullie inzendingen.
Dus scroll nog even omlaag!
In de Erelijst zie je wie het woord juist geraden heeft.
Volgende week verschijnt alweer het laatste raadgedicht van deze editie.


Merlijn Huntjens over de inzendingen
Hallo raders van het Raadgedicht,
Leuk dat jullie mee hebben gedaan met het raden van met rood weggestreepte woord uit mijn gedicht vogels werpen hun schaduw ver onder zich neer! Ik gaf eind 2025 een bundeltje met gedichten uit. Die bundel heet onder mij de mat, en de gedichten in die bundel gaan onder andere over vechtsport. Niet alle gedichten die ik schreef in die periode kwamen in de bundel terecht, maar van al die gedichten heb ik weer één nieuw gedicht gemaakt speciaal voor Raadgedicht. Dat is vogels werpen hun schaduw ver onder zich neer geworden.
Velen van jullie gaven antwoorden zoals pluizen, bloemen, takken en steeltjes. Hiermee laten jullie zien dat jullie poëtische voelsprieten goed staan afgestemd en dat jullie echt wel uit de context van het gedicht kunnen halen welk woord er feitelijk ontbreekt. Knap denk- en speurwerk!
Wat ik echt een waanzinnig creatieve vondst vind, is het woord botten. De zin zou dan worden:
er groeien botten uit hun trainingspakken.
Ik zie het helemaal voor me. Huiveringwekkend. Super eng. Misschien wel te eng voor dit gedicht, maar ik raak wel geïnspireerd door dit woord. Ik krijg zin om het hele gedicht aan te passen tot een soort horrorversie. Wat het ook doet, het woord botten, nu ik er nog eens over nadenk, is dat het lijkt alsof de botten breken. Dat is niet alleen griezelig maar ook medisch problematisch.
Maar het allermeest fan ben ik van het woord wortels.
er groeien wortels uit hun trainingspakken.
Waarom dat woordje? Omdat er uit wortels nog steeds gele knoppen kunnen komen, zoals in de zinnen daarna staat. Ik zie het meteen voor me. Daarnaast doet het nog iets, namelijk, de leerlingen wortelen daardoor zélf een beetje. Ik zie die wortels uit de rug komen en via hun lichamen naar de grond groeien. Ze komen een beetje vast te zitten aan de grond. Dat is een mooi contrast met de zwevende pluizen en het feit dat de ‘ik’ opstijgt in de laatste strofe.
De leerlingen zitten vast, de trainer stijgt met de pluisjes op. Wauw.
